MainContent
Inleiding Met ingang van 1 januari 2006 is het Tijdspaarfonds in werking getreden.
Vanaf die datum zijn werkgevers gehouden om het loon tijdens vakantie- en feestdagen aan werknemers door te betalen. Door de oprichting van het Tijdspaarfonds is het mogelijk gemaakt een omvangrijke netto uitkering ineens, voorafgaand aan de zomervakantie, uit te betalen. Het systeem wordt daartoe gevuld met zogenaamde “bronnen”, die de werknemer vervolgens voor bepaalde “doelen” kan gebruiken. Afgeleide afspraken over het Tijdspaarfonds resulteren in de op deze site weergegeven rekenregels. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bouwplaatspersoneel (exclusief uitvoerders) en uta-personeel.
Uitbetaling Tijdspaarfonds mei 2013
De laatste wekelijkse verwerking vindt plaats op 29 april 2013. Op 6 mei 2013 is er geen wekelijkse betaling. De laatste stortingen worden op 3 mei 2013 verwerkt.
De jaarlijkse uitbetaling VT en VD zal plaatsvinden op 13 mei 2013. Deelnemers ontvangen de bedragen uiterlijk vrijdag 17 mei 2013 op het bij ons bekende rekeningnummer. Deelnemers met een buitenlands rekeningnummer ontvangen de bedragen later, omdat de verwerking langer duurt bij de bank.
Storten van overwerk- en reisuren in TSF voortaan mogelijk In 2012 zijn de cao-partijen in de bouw overeengekomen een nieuw spaarsaldo in het Tijdspaarfonds (TSF) te introduceren. Hierdoor is er een nieuwe regeling ontstaan. Dit wordt ‘Discontinuïteit overwerk- en reisuren’, oftewel DO&R, genoemd. Vanaf september 2012 is het mogelijk om verplichte overwerk- en reisuren te storten in TSF. De procedure voor het storten en de voorbeeldberekeningen vindt u onder Downloads.
Uitgangspunten bouwplaatspersoneel (exclusief uitvoerders) In principe zullen de volgende bronnen verplicht in het Tijdspaarfonds gestort worden:
* De waarde van 5 bovenwettelijke vakantiedagen bij fulltime dienstverband; * De waarde van 10 roostervrije dagen bij een fulltime dienstverband; * De waarde van 3 kort verzuimdagen bij een fulltime dienstverband;
* 8% vakantietoeslag;
* De waarde van reis- en overwerkuren.
Daarnaast kan een werknemer, mits tijdig aangegeven en met instemming van de werkgever, gedurende het kalenderjaar ook andere bronnen, zoals chauffeurstoeslag en bovenmatige kostenvergoedingen storten in het Tijdspaarfonds.
Storting van de bronnen vindt tijdsevenredig elke vier weken of maandelijks plaats, conform de nieuwe verplichting dat de loonaangifte vanaf 2006 per 4-weken of maand dient te geschieden. De storting vindt plaats op een individuele rekening van de werknemer waarbij de vakantietoeslag een separate codering mee krijgt.
Cordares maakt in de maand mei het vakantiegeld (VT en VD) over op het bij haar bekend zijnde rekeningnummer van de werknemer. De geldswaarde van overwerk- en reisuren wordt overgemaakt in april.
De werknemer mag de geldswaarde van het vakantiedagendeel, de geldswaarde van overwerk- en reisuren en de vakantietoeslag tussentijds geheel of gedeeltelijk opnemen. Opname geschiedt met tussenkomst van de vakbondsconsulent.
De werkgever kan volstaan met het doorgeven aan Cordares van het aansluitnummer, rekeningnummer werknemer en het registratienummer (eventueel Burgerservicenummer) van de werknemer.
Algemene rekenregels bouwplaatspersoneel Als basis voor de afstorting in het Tijdspaarfonds geldt het vast overeengekomen loon (VOL) per uur (4 decimalen achter de komma). Het VOL per uur bestaat uit het garantieloon plus de prestatietoeslag (en eventueel toeslag verschoven uren gww en toeslag tijdwerk).
Voor de verplichte storting van de eerder genoemde 18 dagen in het Tijdspaarfonds geldt de volgende rekenregel:
(1) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 18) / aantal loonperiodes per jaar (52, 13 of 12)
(2) Storting TSF vakantietoeslag = 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen) NB: Voor de weekverloning kan een weekbedrag uitgerekend worden, echter de daadwerkelijke storting op de individuele rekening vindt per 4-weken of per maand plaats! De werknemer kan kiezen of hij 100% of 55% van de bruto waarde TSF wil afstorten. Indien de werknemer voorafgaand aan een kalenderjaar niet heeft aangegeven wat zijn voorkeur is zal de storting in het TSF 100% van de bruto waarde zijn. Indien de werknemer kiest voor de 55% storting geldt de volgende rekenregel:
(3) Daadwerkelijke storting TSF = 55% * Storting TSF ((1) + (2)) Bij een 100% storting wordt het nettoloon per loonperiode minder maar neemt het saldo in het Tijdspaarfonds toe. Bij de 55% storting neemt het nettoloon per periode toe maar het saldo op het Tijdspaarfonds neemt evenredig af. Uiteindelijk blijft ongeacht de keuze het totale saldo TSF plus nettoloon gelijk.
Hieronder ziet u enkele voorbeelden met de uitwerking van de drie opgenomen rekenregels. Bij weekverloning kan het voorkomen indien een werknemer een week “onbetaald” verlof opneemt dat er sprake zal zijn van een (fictieve) negatieve loonstrook. Dit wordt bij de eerstvolgende loonbetaling verwerkt.
Specifieke rekenregels bouwplaatspersoneel Naast de algemene rekenregels zijn er wat specifieke rekenregels noodzakelijk die direct of indirect voor het Tijdspaarfonds van belang zijn.
Loon: Eerst wordt het jaarloon bepaald door middel van de volgende rekenregel:
(4) VOL per uur * 8 * SV-dagen* 1,08 (in 2007: VOL per uur * 8 * 261 * 1,08) Daarna wordt dit, rekening houdend met maximum loon, bodemloon en premie, de jaarbijdrage gedeeld door het aantal loonperiodes (12, 13 of 52). Dit betekent dat net als bij de afdracht aan het Tijdspaarfonds er gerekend wordt met een vast bedrag per loonperiode zolang het VOL per uur ongewijzigd blijft. (in deze rekenregel is geen rekening gehouden met een vaste gratificatie)
55+ met 4-daagse werkweek Werknemers van 55 jaar of ouder die gebruik maken van de regeling inzake 4-daagse werkweek en zodoende alle verlof en atv-dagen nodig hebben om dit te realiseren zijn voor het TSF ontheven van de storting van de 5 bovenwettelijke vakantiedagen en de 10 roostervrije dagen. De drie kort verzuimdagen en vakantietoeslag moeten voor hen wel verplicht in het TSF worden gestort.
(5) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 3) / aantal loonperiodes per jaar (52, 13 of 12)
(6) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)
Jeugdigen tot 18 jaar Voor jeugdigen tot 18 jaar geldt dat zij naast de 10 roostervrije dagen, de 3 kort verzuimdagen en de vakantietoeslag, 9 bovenwettelijke vakantiedagen in het TSF storten.
(7) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 22) / aantal loonperiodes per jaar (52, 13 of 12)
(8) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)
Deeltijders Deeltijders hebben recht op het aantal verlofdagen, roostervrije dagen en kort verzuimdagen naar rato van het dienstverband. De rekenregels blijven rekening houdend met genoemde rato bepaling van kracht. Bijvoorbeeld bij een parttime-factor van 0,8:
(9) Storting TSF dagen= 0,8* (VOL per uur * 8 * 18) / aantal loonperiodes per jaar (12,13 of 52)
(10) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)
Ziekte De eerste 26 weken blijft de afdracht aan het Tijdspaarfonds onverminderd doorgaan. Vanaf de 27ste week worden 5 bovenwettelijke verlofdagen niet meer afgestort. Na de 52ste week wordt het VOL per uur verlaagd (70%) en zodoende zal ook de afdracht aan het Tijdspaarfonds verlaagd worden. Over de re-integratiebonus wordt geen afdracht aan het Tijdspaarfonds gepleegd.
De TSF storting na 26 weken:
(11) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 13) / aantal loonperiodes per jaar (12) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)
Loonstrook bouwplaatspersoneel/uta-personeel
In de bijlage staan enkele componenten die in ieder geval op de loonstrook terecht moeten komen. Mede gezien het aantal toegevoegde keuzemogelijkheden en zodoende “gereserveerde” posities is de kans groot dat het niet meer mogelijk is alle informatie op een a4’tje te krijgen. Op de loonstrook zal niet zowel de minimum als de maximumvariant opgenomen worden. Alleen het daadwerkelijke nettoloon zal op de loonstrook staan. Op de website zijn, ter verduidelijking van het systeem, wel beide varianten opgenomen.
Uitgangspunten uta-personeel
Het uta-personeel moet voorafgaand aan een kalenderjaar aangeven of zij willen deelnemen aan het Tijdspaarfonds. Indien een werknemer dit niet aan de werkgever verzoekt wordt er het betreffende jaar niet in het Tijdspaarfonds gestort. Indien de werknemer wil deelnemen aan het Tijdspaarfonds en de werkgever instemt dan worden de volgende bronnen gestort:
· 8% vakantietoeslag;
· de waarde van 5 bovenwettelijke vakantiedagen bij fulltime dienstverband;
· de waarde van 5 vrij opneembare roostervrije dagen bij fulltime dienstverband;
· de waarde van 3 kort verzuimdagen bij fulltime dienstverband.
Verder geldt voor uta-werknemers tot 18 jaar dat er maximaal 7 bovenwettelijke dagen worden gestort.
Overige uitgangspunten komen overeen met de uitgangspunten voor het bouwplaatspersoneel.
Algemene rekenregels uta-personeel
Als basis voor de afstorting in het Tijdspaarfonds (en het pensioen) geldt het salaris per uur
(4 decimalen achter de komma). Het salaris per uur bestaat uit het vast overeengekomen salaris per salarisperiode gedeeld door het vast overeengekomen aantal uur in de betreffende periode.
Verder komen de rekenregels overeen met de rekenregels voor het bouwplaatspersoneel.
Dit betekent ook voor de rekenregels met betrekking tot pensioen, ziekte (dit betekent een aanpassing van de huidige situatie), 55+ en jeugdigen tot 18 jaar.
NB 1:
Vanaf 2007 kan een werknemer ervoor kiezen, in overleg met de werkgever, een gedeelte van de bronnen per 1 januari 2007 in de levensloopregeling in plaats van het Tijdspaarfonds te storten.
NB 2:
Werknemers die na mei hun gehele of gedeeltelijke saldo willen laten staan dienen dit expliciet bij Cordares aan te geven.
BIJLAGE 1; VOORBEELDBEREKENING
Bouwplaatsmedewerker
4-wekenloon; periode 1; geen onbetaald verlof
VOL-uurloon=12,97*1,10=14,267
Werknemer kiest voor netto periodeloon maximaal
loonelementen |
uitleg/rekenregel |
uitkomst periode 1 |
cumulatief |
|
|
|
|
Garantieloon |
Functiegr. D; 4*40uur; 12,97 |
2075,20 |
|
Prestatietoeslag |
10 procent |
207,52 |
|
Toeslag arbeidstijden gww |
|
0,00 |
|
Toeslag uren tijwerk |
|
0,00 |
|
Vast overeengekomen loon |
|
2282,72 |
|
Bij: Reisurenvergoeding |
0,5 p/dag |
129,70 |
|
Bij: Bovenm. Reiskostenverg. |
fictief |
50,00 |
|
Bij: Overwerk |
fictief |
50,00 |
|
Bij: TSF 18 dagen |
(14,267*8*18)/13 |
158,03 |
|
Bij: TSF vakantietoeslag |
8% * (2282,72+158,03) |
195,26 |
|
Bij: Levensloopstorting |
1% * (14,267*8*260*1,08) |
320,49 |
|
Af: werknemerdeel pensioen |
fictief |
200,00 |
|
Af: werknemersdeel SAB |
fictief |
10,00 |
|
Loon sociale verzekeringen |
|
2976,20 |
2976,20 |
Bij: werkgeversbijdrage zvv |
fictief |
150,00 |
|
Af: werknemerspremie WW |
fictief |
100,00 |
|
Af: levensloopstorting |
|
320,49 |
|
Loon voor loonheffing |
|
2705,71 |
2705,71 |
|
|
|
|
Vast overeengekomen loon |
|
2282,72 |
2282,72 |
Af: werknemerdeel pensioen |
fictief |
200,00 |
|
Af: werknemersdeel SAB |
fictief |
10,00 |
|
Af: premie WW |
fictief |
100,00 |
|
Af: Loonheffing |
fictief (witte tabel) |
750,00 |
|
Bij: Reisurenvergoeding |
|
129,70 |
|
Bij: Overwerk |
fictief |
50,00 |
|
Bij: onbelaste vergoedingen |
fictief |
50,00 |
|
Netto periodeloon (minimaal) |
|
1451,42 |
1451,42 |
Bij: Ingehouden TSF vakantie |
45% * 195,26 |
87,87 |
|
Bij: Ingehouden TSF overig |
45% * 158,03 |
71,11 |
|
Netto periodeloon (maximaal) |
|
1610,40 |
1610,40 |
Overg.naar levensloopregeling |
|
320,49 |
320,49 |
Overg.naar TSF vakantie |
195,26-/-87,87 |
107,39 |
107,39 |
Overg. naar TSF overig |
158,03-/-71,11 |
86, 66 |
|
BIJLAGE 2; VOORBEELDBEREKENING
Bouwplaatsmedewerker
4-wekenloon; periode 2; geen onbetaald verlof
VOL-uurloon=12,97*1,10=14,267
Werknemer kiest voor netto periodeloon maximaal
Met instemming van de werkgever stort de werknemer in periode 2 de helft van zijn reisuren en zijn volledige overwerk in het Tijdspaarfonds
loonelementen |
uitleg/rekenregel |
uitkomst periode 2 |
cumulatief |
|
|
|
|
Garantieloon |
Functiegr. D; 4*40uur; 12,97 |
2075,20 |
|
Prestatietoeslag |
10 procent |
207,52 |
|
Toeslag arbeidstijden gww |
|
0,00 |
|
Toeslag uren tijwerk |
|
0,00 |
|
Vast overeengekomen loon |
|
2282,72 |
|
Bij: Reisurenvergoeding |
0,5 p/dag (5*12,97) |
64,85 |
|
Bij TSF reisuren |
0,5 p/dag (5*12,97) |
64,85 |
|
Bij: Bovenm. Reiskostenverg. |
fictief |
50,00 |
|
Bij: Overwerk |
fictief |
0,00 |
|
Bij TSF Overwerk |
fictief |
50,00 |
|
Bij: TSF 18 dagen |
(14,267*8*18)/13 |
158,03 |
|
Bij: TSF vakantietoeslag |
8% * (2282,72+158,03) |
195,26 |
|
Bij: Levensloopstorting |
|
0,00 |
|
Af: werknemerdeel pensioen |
fictief |
200,00 |
|
Af: werknemersdeel SAB |
fictief |
9,00 |
|
Loon sociale verzekeringen |
|
2656,71 |
5632,91 |
Bij: werkgeversbijdrage zvv |
fictief |
140,00 |
|
Af: werknemerspremie WW |
Fictief |
90,00 |
|
Af: levensloopstorting |
|
0,00 |
|
Loon voor loonheffing |
|
2706,71 |
5412,42 |
|
|
|
|
Vast overeengekomen loon |
|
2282,72 |
4565,44 |
Af: werknemerdeel pensioen |
fictief |
200,00 |
|
Af: werknemersdeel SAB |
fictief |
9,00 |
|
Af: premie WW |
fictief |
90,00 |
|
Af: Loonheffing |
fictief (witte tabel) |
750,00 |
|
Bij: Reisurenvergoeding |
|
64,85 |
|
Bij: Overwerk |
fictief |
00,00 |
|
Bij: onbelaste vergoedingen |
fictief |
50,00 |
|
Netto periodeloon (minimaal) |
|
1348,57 |
2799,99 |
Bij: Ing TSF vakantietoeslag |
45% * 195,26 |
87,87 |
|
Bij: Ing TSF overig |
45% * 272,73 |
122,73 |
|
Netto periodeloon (maximaal) |
|
1559,17 |
3169,57 |
Overg.naar levensloopregeling |
|
0,00 |
320,49 |
Overg.naar TSF vakantie |
195,26-/-87,87 |
107,39 |
226,50 |
Overg. naar TSF overig |
272,88-/-122,73 |
150,15 |
|
BIJLAGE 3; VOORBEELDBEREKENING
Bouwplaatsmedewerker
4-wekenloon; periode 3;
Vol-uurloon=12,97*1,10=14,267
Werknemer kiest voor netto periodeloon maximaal
Werknemer neemt 5 dagen “onbetaald” verlof op
loonelementen |
uitleg/rekenregel |
uitkomst periode 2 |
cumulatief |
|
|
|
|
Garantieloon |
Functiegr. D; 3*40uur; 12,97 |
1556,40 |
|
Prestatietoeslag |
10 procent |
155,64 |
|
Toeslag arbeidstijden gww |
|
0,00 |
|
Toeslag uren tijwerk |
|
0,00 |
|
Vast overeengekomen loon |
|
1712,04 |
|
Bij: Reisurenvergoeding |
0,5 p/dag (7,5*12,97) |
97,28 |
|
Bij: Bovenm. Reiskostenverg. |
fictief |
50,00 |
|
Bij: Overwerk |
fictief |
50,00 |
|
Bij: TSF 18 dagen |
(14,267*8*18)/13 |
158,03 |
|
Bij: TSF vakantietoeslag |
8% * (1712,04+158,03) |
149,61 |
|
Bij: Levensloopstorting |
|
0,00 |
|
Af: werknemerdeel pensioen |
fictief |
200,00 |
|
Af: werknemersdeel SAB |
fictief |
6,00 |
|
Loon sociale verzekeringen |
|
2010,96 |
7643,87 |
Bij: werkgeversbijdrage zvv |
fictief |
100,00 |
|
Af: werknemerspremie WW |
Fictief |
70,00 |
|
Af: levensloopstorting |
|
0,00 |
|
Loon voor loonheffing |
|
2040,96 |
7453,38 |
|
|
|
|
Vast overeengekomen loon |
|
1712,04 |
6277,48 |
Af: werknemerdeel pensioen |
fictief |
200,00 |
|
Af: werknemersdeel SAB |
fictief |
6,00 |
|
Af: premie WW |
fictief |
70,00 |
|
Af: Loonheffing |
fictief (witte tabel) |
500,00 |
|
Bij: Reisurenvergoeding |
|
97,28 |
|
Bij: Overwerk |
fictief |
50,00 |
|
Bij: onbelaste vergoedingen |
fictief |
50,00 |
|
Netto periodeloon (minimaal) |
|
1133,32 |
3933,31 |
Bij: Ing TSF vakantietoeslag |
45% * 149,61 |
67,32 |
|
Bij: Ing TSF overig |
45% * 158,03 |
71,11 |
|
Netto periodeloon (maximaal) |
|
1271,75 |
4441,32 |
Overg.naar levensloopregeling |
|
0,00 |
320,49 |
Overg.naar TSF vakantie |
149,61-/-67,32 |
82,29 |
308,79 |
Overg. naar TSF overig |
158,03-/-71,11 |
86,92 |
|
|