Lintopdrachten overslaan Verdergaan naar hoofdinhoud

Navigatiekoppelingen overslaan
Rekeningen tijdspaarfonds
Vakantiedagen

 

Inleiding
Met ingang van 1 januari 2006 is het Tijdspaarfonds in werking getreden.
Vanaf die datum zijn werkgevers gehouden om het loon tijdens vakantie- en feestdagen aan werknemers door te betalen. Door de oprichting van het Tijdspaarfonds is het mogelijk gemaakt een omvangrijke netto uitkering ineens, voorafgaand aan de zomervakantie, uit te betalen. Het systeem wordt daartoe gevuld met zogenaamde “bronnen”, die de werknemer vervolgens voor bepaalde “doelen” kan gebruiken.
Afgeleide afspraken over het Tijdspaarfonds resulteren in de op deze site  weergegeven rekenregels. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen bouwplaatspersoneel (exclusief uitvoerders) en uta-personeel.
 
Storten van overwerk- en reisuren in TSF voortaan mogelijk
In 2012 zijn de cao-partijen in de bouw overeengekomen een nieuw spaarsaldo in het Tijdspaarfonds (TSF) te introduceren. Hierdoor is er een nieuwe regeling ontstaan. Dit wordt  Discontinuïteit overwerk- en reisuren’, oftewel DO&R, genoemd. Vanaf september 2012 is het mogelijk om verplichte overwerk- en reisuren te storten in TSF. De procedure voor het storten en de voorbeeldberekeningen vindt u onder Downloads.

Uitgangspunten bouwplaatspersoneel (exclusief uitvoerders)
In principe zullen de volgende bronnen verplicht in het Tijdspaarfonds gestort worden:

* De waarde van 5 bovenwettelijke vakantiedagen bij fulltime dienstverband;
* De waarde van 10 roostervrije dagen bij een fulltime dienstverband;
* De waarde van 3 kort verzuimdagen bij een fulltime dienstverband;
 
* 8% vakantietoeslag;
 
* De waarde van reis- en overwerkuren. 

Daarnaast kan een werknemer, mits tijdig aangegeven en met instemming van de werkgever, gedurende het kalenderjaar ook andere bronnen, zoals chauffeurstoeslag en bovenmatige kostenvergoedingen storten in het Tijdspaarfonds.

Storting van de bronnen vindt tijdsevenredig elke vier weken of maandelijks plaats, conform de nieuwe verplichting dat de loonaangifte vanaf 2006 per 4-weken of maand dient te geschieden. De storting vindt plaats op een individueel rekeningnummer van de werknemer waarbij de vakantietoeslag een separate codering mee krijgt.
 
APG maakt in de maand mei het vakantiegeld (VT en VD) over op het bij haar bekend zijnde rekeningnummer van de werknemer. De geldswaarde van overwerk- en reisuren wordt overgemaakt in april.
 
De werknemer mag de geldswaarde van het vakantiedagendeel, de geldswaarde van overwerk- en reisuren en de vakantietoeslag tussentijds geheel of gedeeltelijk opnemen. Opname geschiedt met tussenkomst van de vakbondsconsulent.

De werkgever kan volstaan met het doorgeven aan APG van het aansluitnummer, rekeningnummer werknemer en het registratienummer (eventueel Burgerservicenummer) van de werknemer.

Algemene rekenregels bouwplaatspersoneel
Als basis voor de afstorting in het Tijdspaarfonds geldt het vast overeengekomen loon (VOL) per uur (4 decimalen achter de komma). Het VOL per uur bestaat uit het garantieloon plus de prestatietoeslag (en eventueel toeslag verschoven uren gww en toeslag tijdwerk).

Voor de verplichte storting van de eerder genoemde 18 dagen in het Tijdspaarfonds geldt de volgende rekenregel:

(1) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 18) / aantal loonperiodes per jaar (52, 13 of 12)

(2) Storting TSF vakantietoeslag = 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)
NB: Voor de weekverloning kan een weekbedrag uitgerekend worden, echter de daadwerkelijke storting op het individuele rekeningnummer vindt per 4-weken of per maand plaats!
De werknemer kan kiezen of hij 100% of 55% van de bruto waarde TSF wil afstorten. Indien de werknemer voorafgaand aan een kalenderjaar niet heeft aangegeven wat zijn voorkeur is zal de storting in het TSF 100% van de bruto waarde zijn.
Indien de werknemer kiest voor de 55% storting geldt de volgende rekenregel:

(3) Daadwerkelijke storting TSF = 55% * Storting TSF ((1) + (2))
Bij een 100% storting wordt het nettoloon per loonperiode minder maar neemt het saldo in het Tijdspaarfonds toe. Bij de 55% storting neemt het nettoloon per periode toe maar het saldo op het Tijdspaarfonds neemt evenredig af. Uiteindelijk blijft ongeacht de keuze het totale saldo TSF plus nettoloon gelijk.

Hieronder ziet u enkele voorbeelden met de uitwerking van de drie opgenomen rekenregels.
Bij weekverloning kan het voorkomen indien een werknemer een week “onbetaald” verlof opneemt dat er sprake zal zijn van een (fictieve) negatieve loonstrook. Dit wordt bij de eerstvolgende loonbetaling verwerkt.

Specifieke rekenregels bouwplaatspersoneel
Naast de algemene rekenregels zijn er wat specifieke rekenregels noodzakelijk die direct of indirect voor het Tijdspaarfonds van belang zijn.

Loon:
Eerst wordt het jaar
loon bepaald door middel van de volgende rekenregel:

(4) VOL per uur * 8 * SV-dagen* 1,08 (in 2007: VOL per uur * 8 * 261 * 1,08)
Daarna wordt dit, rekening houdend met maximum loon, bodemloon en premie, de jaarbijdrage gedeeld door het aantal loonperiodes (12, 13 of 52).
Dit betekent dat net als bij de afdracht aan het Tijdspaarfonds er gerekend wordt met een vast bedrag per loonperiode zolang het VOL per uur ongewijzigd blijft.
(in deze rekenregel is geen rekening gehouden met een vaste gratificatie)

55+ met 4-daagse werkweek
Werknemers van 55 jaar of ouder die gebruik maken van de regeling inzake 4-daagse werkweek en zodoende alle verlof en atv-dagen nodig hebben om dit te realiseren zijn voor het TSF ontheven van de storting van de 5 bovenwettelijke vakantiedagen en de 10 roostervrije dagen. De drie kort verzuimdagen en vakantietoeslag moeten voor hen wel verplicht in het TSF worden gestort.

(5) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 3) / aantal loonperiodes per jaar (52, 13 of 12)

(6) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)

Jeugdigen tot 18 jaar
Voor jeugdigen tot 18 jaar geldt dat zij naast de 10 roostervrije dagen, de 3 kort verzuimdagen en de vakantietoeslag, 9 bovenwettelijke vakantiedagen in het TSF storten.

(7) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 22) / aantal loonperiodes per jaar (52, 13 of 12)

(8) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)

Deeltijders
Deeltijders hebben recht op het aantal verlofdagen, roostervrije dagen en kort verzuimdagen naar rato van het dienstverband. De rekenregels blijven rekening houdend met genoemde rato bepaling van kracht. Bijvoorbeeld bij een parttime-factor van 0,8:

(9) Storting TSF dagen= 0,8* (VOL per uur * 8 * 18) / aantal loonperiodes per jaar (12,13 of 52) 

(10) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen)

Ziekte
De eerste 26 weken blijft de afdracht aan het Tijdspaarfonds onverminderd doorgaan. Vanaf de 27ste week worden 5 bovenwettelijke verlofdagen niet meer afgestort. Na de 52ste week wordt het VOL per uur verlaagd (70%) en zodoende zal ook de afdracht aan het Tijdspaarfonds verlaagd worden. Over de re-integratiebonus wordt geen afdracht aan het Tijdspaarfonds gepleegd.

De TSF storting na 26 weken:

(11) Storting TSF dagen= (VOL per uur * 8 * 13) / aantal loonperiodes per jaar
(12) Storting TSF vakantietoeslag= 8% * (VOL per loonperiode + Storting TSF dagen) 
 
Loonstrook bouwplaatspersoneel/uta-personeel
In de bijlage staan enkele componenten die in ieder geval op de loonstrook terecht moeten komen. Mede gezien het aantal toegevoegde keuzemogelijkheden en zodoende “gereserveerde” posities is de kans groot dat het niet meer mogelijk is alle informatie op een a4’tje te krijgen. Op de loonstrook zal niet zowel de minimum als de maximumvariant opgenomen worden. Alleen het daadwerkelijke nettoloon zal op de loonstrook staan. Op de website zijn, ter verduidelijking van het systeem, wel beide varianten opgenomen.
 
Uitgangspunten uta-personeel
Het uta-personeel moet voorafgaand aan een kalenderjaar aangeven of zij willen deelnemen aan het Tijdspaarfonds. Indien een werknemer dit niet aan de werkgever verzoekt wordt er het betreffende jaar niet in het Tijdspaarfonds gestort. Indien de werknemer wil deelnemen aan het Tijdspaarfonds en de werkgever instemt dan worden de volgende bronnen gestort:
 
·         8% vakantietoeslag;
·         de waarde van 5 bovenwettelijke vakantiedagen bij fulltime dienstverband;
·         de waarde van 5 vrij opneembare roostervrije dagen bij fulltime dienstverband;
·         de waarde van 3 kort verzuimdagen bij fulltime dienstverband.
 
Verder geldt voor uta-werknemers tot 18 jaar dat er maximaal 7 bovenwettelijke dagen worden gestort.
 
Overige uitgangspunten komen overeen met de uitgangspunten voor het bouwplaatspersoneel.
   
Algemene rekenregels uta-personeel
Als basis voor de afstorting in het Tijdspaarfonds (en het pensioen) geldt het salaris per uur 
 (4 decimalen achter de komma). Het salaris per uur bestaat uit het vast overeengekomen salaris per salarisperiode gedeeld door het vast overeengekomen aantal uur in de betreffende periode.
Verder komen de rekenregels overeen met de rekenregels voor het bouwplaatspersoneel.
Dit betekent ook voor de rekenregels met betrekking tot pensioen, ziekte (dit betekent een aanpassing van de huidige situatie), 55+ en jeugdigen tot 18 jaar. 
 
 
NB 1:
Vanaf 2007 kan een werknemer ervoor kiezen, in overleg met de werkgever, een gedeelte van de bronnen per 1 januari 2007 in de levensloopregeling in plaats van het Tijdspaarfonds te storten. 
 
NB 2:
Werknemers die na mei hun gehele of gedeeltelijke saldo willen laten staan dienen dit expliciet bij APG aan te geven. 
 
BIJLAGE 1; VOORBEELDBEREKENING 
Bouwplaatsmedewerker
4-wekenloon; periode 1; geen onbetaald verlof
VOL-uurloon=12,97*1,10=14,267
Werknemer kiest voor netto periodeloon maximaal 
loonelementen
uitleg/rekenregel
uitkomst periode 1
cumulatief
 
 
 
 
Garantieloon
Functiegr. D; 4*40uur; 12,97
2075,20
 
Prestatietoeslag
10 procent
207,52
 
Toeslag arbeidstijden gww
 
0,00
 
Toeslag uren tijwerk
 
0,00
 
Vast overeengekomen loon
 
2282,72
 
Bij: Reisurenvergoeding
0,5 p/dag
129,70
 
Bij: Bovenm. Reiskostenverg.
fictief
50,00
 
Bij: Overwerk
fictief
50,00
 
Bij: TSF 18 dagen
(14,267*8*18)/13
158,03
 
Bij: TSF vakantietoeslag
8% * (2282,72+158,03)
195,26
 
Bij: Levensloopstorting
1% * (14,267*8*260*1,08)
320,49
 
Af: werknemerdeel pensioen
fictief
200,00
 
Af: werknemersdeel SAB
fictief
10,00
 
Loon sociale verzekeringen
 
2976,20
2976,20
Bij: werkgeversbijdrage zvv
fictief
150,00
 
Af: werknemerspremie WW
fictief
100,00
 
Af: levensloopstorting
 
320,49
 
Loon voor loonheffing
 
2705,71
2705,71
 
 
 
 
Vast overeengekomen loon
 
2282,72
2282,72
Af: werknemerdeel pensioen
fictief
200,00
 
Af: werknemersdeel SAB
fictief
10,00
 
Af: premie WW
fictief
100,00
 
Af: Loonheffing
fictief (witte tabel)
750,00
 
Bij: Reisurenvergoeding
 
129,70
 
Bij: Overwerk
fictief
50,00
 
Bij: onbelaste vergoedingen
fictief
50,00
 
Netto periodeloon (minimaal)
 
1451,42
1451,42
Bij: Ingehouden TSF vakantie
45% * 195,26
87,87
 
Bij: Ingehouden TSF overig
45% * 158,03
71,11
 
Netto periodeloon (maximaal)
 
1610,40
1610,40
Overg.naar levensloopregeling
 
320,49
320,49
Overg.naar TSF vakantie
195,26-/-87,87
107,39
107,39
Overg. naar TSF overig
158,03-/-71,11
86, 66
 
  
BIJLAGE 2; VOORBEELDBEREKENING
Bouwplaatsmedewerker
4-wekenloon; periode 2; geen onbetaald verlof
VOL-uurloon=12,97*1,10=14,267
Werknemer kiest voor netto periodeloon maximaal
Met instemming van de werkgever stort de werknemer in periode 2 de helft van zijn reisuren en zijn volledige overwerk in het Tijdspaarfonds
loonelementen
uitleg/rekenregel
uitkomst periode 2
cumulatief
 
 
 
 
Garantieloon
Functiegr. D; 4*40uur; 12,97
2075,20
 
Prestatietoeslag
10 procent
207,52
 
Toeslag arbeidstijden gww
 
0,00
 
Toeslag uren tijwerk
 
0,00
 
Vast overeengekomen loon
 
2282,72
 
Bij: Reisurenvergoeding
0,5 p/dag (5*12,97)
64,85
 
Bij TSF reisuren
0,5 p/dag (5*12,97)
64,85
 
Bij: Bovenm. Reiskostenverg.
fictief
50,00
 
Bij: Overwerk
fictief
0,00
 
Bij TSF Overwerk
fictief
50,00
 
Bij: TSF 18 dagen
(14,267*8*18)/13
158,03
 
Bij: TSF vakantietoeslag
8% * (2282,72+158,03)
195,26
 
Bij: Levensloopstorting
 
0,00
 
Af: werknemerdeel pensioen
fictief
200,00
 
Af: werknemersdeel SAB
fictief
9,00
 
Loon sociale verzekeringen
 
2656,71
5632,91
Bij: werkgeversbijdrage zvv
fictief
140,00
 
Af: werknemerspremie WW
Fictief
90,00
 
Af: levensloopstorting
 
0,00
 
Loon voor loonheffing
 
2706,71
5412,42
 
 
 
 
Vast overeengekomen loon
 
2282,72
4565,44
Af: werknemerdeel pensioen
fictief
200,00
 
Af: werknemersdeel SAB
fictief
9,00
 
Af: premie WW
fictief
90,00
 
Af: Loonheffing
fictief (witte tabel)
750,00
 
Bij: Reisurenvergoeding
 
64,85
 
Bij: Overwerk
fictief
00,00
 
Bij: onbelaste vergoedingen
fictief
50,00
 
Netto periodeloon (minimaal)
 
1348,57
2799,99
Bij: Ing TSF vakantietoeslag
45% * 195,26
87,87
 
Bij: Ing TSF overig
45% * 272,73
122,73
 
Netto periodeloon (maximaal)
 
1559,17
3169,57
Overg.naar levensloopregeling
 
0,00
320,49
Overg.naar TSF vakantie
195,26-/-87,87
107,39
226,50
Overg. naar TSF overig
272,88-/-122,73
150,15
 
  
BIJLAGE 3; VOORBEELDBEREKENING
Bouwplaatsmedewerker
4-wekenloon; periode 3;
Vol-uurloon=12,97*1,10=14,267
Werknemer kiest voor netto periodeloon maximaal
Werknemer neemt 5 dagen “onbetaald” verlof op
loonelementen
uitleg/rekenregel
uitkomst periode 2
cumulatief
 
 
 
 
Garantieloon
Functiegr. D; 3*40uur; 12,97
1556,40
 
Prestatietoeslag
10 procent
155,64
 
Toeslag arbeidstijden gww
 
0,00
 
Toeslag uren tijwerk
 
0,00
 
Vast overeengekomen loon
 
1712,04
 
Bij: Reisurenvergoeding
0,5 p/dag (7,5*12,97)
97,28
 
Bij: Bovenm. Reiskostenverg.
fictief
50,00
 
Bij: Overwerk
fictief
50,00
 
Bij: TSF 18 dagen
(14,267*8*18)/13
158,03
 
Bij: TSF vakantietoeslag
8% * (1712,04+158,03)
149,61
 
Bij: Levensloopstorting
 
0,00
 
Af: werknemerdeel pensioen
fictief
200,00
 
Af: werknemersdeel SAB
fictief
6,00
 
Loon sociale verzekeringen
 
2010,96
7643,87
Bij: werkgeversbijdrage zvv
fictief
100,00
 
Af: werknemerspremie WW
Fictief
70,00
 
Af: levensloopstorting
 
0,00
 
Loon voor loonheffing
 
2040,96
7453,38
 
 
 
 
Vast overeengekomen loon
 
1712,04
6277,48
Af: werknemerdeel pensioen
fictief
200,00
 
Af: werknemersdeel SAB
fictief
6,00
 
Af: premie WW
fictief
70,00
 
Af: Loonheffing
fictief (witte tabel)
500,00
 
Bij: Reisurenvergoeding
 
97,28
 
Bij: Overwerk
fictief
50,00
 
Bij: onbelaste vergoedingen
fictief
50,00
 
Netto periodeloon (minimaal)
 
1133,32
3933,31
Bij: Ing TSF vakantietoeslag
45% * 149,61
67,32
 
Bij: Ing TSF overig
45% * 158,03
71,11
 
Netto periodeloon (maximaal)
 
1271,75
4441,32
Overg.naar levensloopregeling
 
0,00
320,49
Overg.naar TSF vakantie
149,61-/-67,32
82,29
308,79
Overg. naar TSF overig
158,03-/-71,11
86,92